Blog › Richting

Wat als anderen je minder nodig hebben?

Tijdens een workshop over authentiek leiderschap in Dornach bleef bij mij één angst hangen: niet meer relevant zijn. Over wat er gebeurt als de mensen rond je groeien, op het werk en thuis, en hoe je dan van betekenis blijft.

7 min lezen · oktober 2026

Je kinderen worden zelfstandiger. Je medewerkers nemen hun eigen beslissingen. Daar ben je blij om. En toch kan er iets knagen: wat is mijn plaats nog als de anderen me minder nodig hebben?

Tijdens een workshop over authentiek leiderschap in Dornach kregen we de vraag welke angsten we als leider onder ogen hebben te zien. Ik herkende er verschillende. Bang zijn om mensen teleur te stellen, een verkeerde beslissing te nemen of te ontdekken dat je het zelf ook niet weet. Maar één angst bleef langer hangen dan alle andere: de angst om niet meer echt nodig te zijn.

Begin oktober was ik in Zwitserland voor een congres over overvloed en grenzen. Daar volgde ik de eerste van drie workshops over authentiek leiderschap, begeleid door Joan Sleigh en twee collega's. Hoe een crisis een kans kan worden om te groeien, loopt als een rode draad door het traject. Dat ligt dicht bij wat ik zelf in mijn boek beschrijf. Ik ging er met veel nieuwsgierigheid en goesting naartoe.

Dat ik al op de eerste dag bij die angst zou uitkomen, had ik niet zien aankomen.

Het monster op de berg.

De workshop begon met het verhaal van Miobi. In de versie die ik later terugvond, is hij een bange jongen die bij zijn oom woont. Hij bevrijdt een haas uit een val, en die haas geeft hem raad als hij op zoek gaat naar moed.

Onderweg komt Miobi in een dorp waar iedereen bang is voor een monster op de berg. Telkens als hij wegloopt, lijkt het monster groter te worden. Als hij dichterbij komt, wordt het kleiner. Uiteindelijk kan hij het kleine diertje gewoon meenemen. Hij hoeft het niet te doden.

Daarna kwam de vraag naar onze eigen angsten.

Niet meer nodig zijn. Geen meerwaarde meer bieden. Voor mij komt het neer op een eenvoudige vraag: maakt wat ik doe nog een verschil voor de mensen rond mij?

Blij, en toch onwennig.

Sinds november 2012 ben ik in verschillende rollen verbonden aan Iona, een zorgorganisatie in Nijlen. In die jaren heb ik de organisatie zien groeien. De mensen rond mij werken zelfstandig en doen hun job goed. Ze nemen meer initiatief, brengen hun eigen ideeën in en nemen beslissingen waarvoor ze vroeger bij mij aanklopten.

Waar ik vroeger vaak als crisismanager stuurde en oplossingen zocht, ben ik nu meer iemand die ondersteunt, meedenkt en vertrouwen geeft. Daar ben ik blij om. Het is iets waar we jarenlang naartoe gewerkt hebben.

En tegelijk vraag ik me soms af wat mijn bijdrage nu precies is.

Dat is het onwennige eraan. Je wil dat mensen zelfstandig worden, maar wanneer het lukt, voelt het niet alleen als winst. Wie lang de persoon was bij wie de vragen terechtkwamen, raakt eraan gewend dat die vragen komen. Helpen, oplossen en sturen geven voldoening. Je merkt dat je iets betekent.

Stilaan kan nodig zijn ook een deel worden van hoe je jezelf ziet. Als mensen je minder nodig hebben, moet je dus niet alleen wennen aan een andere manier van werken. Je moet ook opnieuw kijken naar wie je bent in die rol.

Willen bijdragen is menselijk. Daar voldoening en erkenning in vinden ook. Maar soms loopt dat door elkaar met de behoefte om nodig te blijven. Bij mezelf kan ik die dingen niet altijd netjes uit elkaar halen.

Minder nodig, maar nog altijd van betekenis.

Wat mij in Dornach hielp, was het onderscheid tussen minder nodig zijn en minder van betekenis zijn.

Een medewerker die zelf een moeilijke beslissing neemt, kan nog altijd steunen op het vertrouwen dat je hem gaf. Een team dat goed samenwerkt zonder dat jij telkens tussenkomt, kan iets meenemen van wat je samen hebt opgebouwd. Je bijdrage is dan minder zichtbaar in wat je vandaag oplost, maar kan wel doorwerken in wat anderen zelf kunnen.

Iemand kan je minder nodig hebben en toch veel aan je hebben.

Dat is een geruststellende gedachte. Al wil ik ze niet te snel gebruiken om mijn eigen vraag weg te duwen. Het blijft de moeite om eerlijk te kijken: wat draag ik vandaag bij? Wat vraagt deze situatie van mij? En doe ik dat ook, of blijf ik vooral doen waar ik vroeger goed in was?

Misschien vraagt de organisatie nu iets anders. Meer vooruitkijken. Een moeilijke vraag stellen. Een grens bewaken. Of beschikbaar zijn zonder overal tussen te zitten.

Ook dat vraagt werk. Alleen krijg je er niet altijd meteen een vraag of een bedankje voor terug.

Iemand kan je minder nodig hebben en toch veel aan je hebben.

Thuis herken je het ook.

Ik ben vader van drie kinderen. Als ouder kom je diezelfde beweging tegen, al krijgt ze daar een andere betekenis.

Het kind dat zelf naar school fietst en niet meer wil dat je mee tot aan de poort gaat. De tiener die op de vraag hoe zijn dag was alleen nog “goed” antwoordt. De volwassen dochter die je om raad vraagt, luistert, en vervolgens iets anders kiest dan jij zou doen.

Je wil dat ze hun eigen leven opbouwen. En toch kan het even slikken zijn wanneer je merkt dat ze dat ook doen.

Het speelt ook bij wie zorgt voor een ouder die na een ziekte weer zelf boodschappen kan doen. Of bij iemand die een project opstartte dat intussen prima zonder hem verder loopt.

Sommige mensen voelen vooral opluchting: eindelijk wat ruimte. Anderen voelen verdriet, of een onzekerheid die ze moeilijk kunnen benoemen. Vaak zit het allemaal door elkaar.

De rollen zijn ook niet dezelfde. Een kind groeit naar een leven dat van hem is. Een team groeit naar werk waarvoor je samen verantwoordelijk blijft. Dat verschil doet ertoe. Maar in beide gevallen kan de vraag opduiken hoe je verbonden blijft wanneer je minder nodig bent.

Wat doe je als je de angst tegenkomt?

Voor mij gaat authentiek leiderschap hier over durven kijken naar mijn eigen angst, en naar hoe die doorwerkt in wat ik doe.

Soms merk je die angst eerder aan je gedrag dan aan je gedachten. Je helpt terwijl niemand erom vroeg. Je neemt iets over omdat het sneller gaat. Je komt toch nog even controleren, al had je gezegd dat je het zou overlaten.

Bij mij is het vooral dit: een oplossing klaar hebben voor de ander zijn vraag af is.

Op zo'n moment lijkt het alsof ik alleen met de ander bezig ben. Maar wat probeer ik zelf te vinden door zo snel te helpen? Wil ik iets bijdragen? Vind ik het lastig dat de ander even zoekende is? Of wil ik voelen dat ik nog nodig ben?

Daar komt het beeld van Miobi terug. Dichterbij komen helpt om beter te zien waar je mee te maken hebt. Misschien wordt de angst kleiner. Misschien ontdek je dat er ook een echte vraag onder zit, over je rol of over wat je nog te bieden hebt.

In Sterker na de val (opent in een nieuw tabblad) schrijf ik over hoe leiders groeien in uitdagende tijden. In Dornach merkte ik hoe ook een goede ontwikkeling je vertrouwde rol kan veranderen. Dan mag je opnieuw je plaats zoeken.

Ik heb daar zelf nog geen afgerond antwoord op. Maar ik wil deze vraag wat vaker laten bestaan voordat ik in actie schiet:

Wat heeft de ander nu van mij nodig, en wat zoek ik zelf wanneer ik help?

Een kleine oefening

Neem deze week één situatie waarin je de neiging voelde om in te springen. Op het werk, thuis of bij een vriend. Kijk er achteraf rustig naar met drie vragen:

  • Wat vroeg de ander precies?
  • Wat voelde ik op dat moment?
  • Welke bijdrage zou hier passen?

Misschien was helpen precies wat nodig was. Misschien had een vraag meer ruimte gegeven. Of was het genoeg geweest om te laten weten dat je beschikbaar was.

Je hoeft niet meteen anders te handelen. Eerst eens opmerken wat er gebeurt, kan al veel duidelijk maken.

Het verhaal van Miobi vind je als Van een monster dat klein werd (opent in een nieuw tabblad) op beleven.org.

Jan Jacobs

Jan Jacobs

Jan Jacobs begeleidt mensen die veel verantwoordelijkheid dragen en zichzelf daarbij gemakkelijk voorbijlopen, om weer bewust te kiezen waar hun tijd en energie naartoe gaan. Hij werkt sinds 2007 als coach en is erkend psychotherapeut. In maart 2026 verscheen zijn boek Sterker na de val, en elke week lezen zo’n 6.000 mensen mee met Coach Jan Magazine. Jan heeft een praktijk in Mechelen en werkt ook online.

Loop jij jezelf ook voorbij? Plan een eerste gesprek

Hoe wil je hiermee verder?

De cover van Sterker na de val

Ik wil zelf beginnen

Lees verder in Sterker na de val

Mijn boek over leiders die vallen en weer opstaan. Negen eigenschappen, vier fasen en één verhaal.

Bekijk het boek (opent in een nieuw tabblad)

Liever samen aan de slag? Bekijk Sterker Leiden →

Twee die hierbij passen